WW - PREMIEDIFFERENTIATIE

20 september 2019

Inleiding

Vanaf 1 januari 2020 wordt de financiering van de WW aangepast. Niet de sector waarin wordt gewerkt is nog bepalend, maar het soort contract gaat de hoogte van de WW-premie bepalen.

De eerste zes maanden van WW-uitkeringen worden op dit moment gefinancierd via 67 verschillende sectorpremies. De Belastingdienst deelt elke werkgever in één van de sectoren in. Elke sector heeft zijn eigen sectorfonds en bijbehorende sectorpremie.

Voor vijf sectoren met veel seizoenswerkloosheid; agrarisch, bouw, horeca, cultureel, en schilders, is de sectorpremie gedifferentieerd naar contract­duur. Voor tijdelijke contracten van korter dan één jaar geldt een hoge premie. Voor contracten van een jaar of langer en voor vaste contracten geldt een lagere premie. De hoge premie is minimaal vijf keer zo hoog als de lage premie.


Na de eerste zes maanden gaat de financiering van WW-uitkeringen via het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). De minister van SZW stelt de premie daarvoor, de AWf-premie, jaarlijks vast.

Hoofdregel
De hoofdregel is vanaf 1 januari 2020 dat de lage premie geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij sprake is van een oproepovereenkomst. Nulurencontracten en min-maxcontracten komen dus niet in aanmerking voor de lagere premie.
 

Uitzondering, jeugdigen
Voor arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan in het kader van een leerwerktraject in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) geldt een uitzondering. Deze contracten zijn per definitie voor bepaalde tijd omdat partijen ze aangaan voor de duur van (een deel van) de opleiding. Toch mag een werkgever in dit geval het lage percentage hanteren. De regering wil werkgevers graag stimuleren om opleidingsplekken aan te bieden aan leerlingen in het beroepsonderwijs.

 


Ook voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar en niet meer dan 52 uur per maand werken, mogen werkgevers het lagere percentage hanteren, ook als sprake is van een tijdelijk contract. De regering acht het wenselijk voor de ontwikkeling van scholieren en studenten dat zij de mogelijkheid krijgen om naast hun school, opleiding of studie werkervaring op te doen. Jongeren verrichten deze arbeid veelal als bijbaan. De arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer is daardoor in zijn aard vaak tijdelijk; na afronding van de opleiding gaat de werknemer doorgaans elders werk verrichten. Stimulering van het aangaan van een vast contract door middel van WW-premie­differentiatie heeft daarom vermoedelijk beperkt effect op deze categorie van werkenden. Omdat voorkomen moet worden dat ook contracten met jongeren die voltijds werkzaam zijn in een reguliere baan standaard onder de lage premie zouden vallen is gekozen voor een urengrens van 52 gewerkte uren per maand. Deze grens benadrukt dat de uitzondering geldt voor arbeid die van bijkomstige aard is. Daarnaast is gekozen voor een leeftijdsgrens van 21 jaar. Tot 21 jaar geldt namelijk de onderhoudsplicht voor de ouders. 

Financieel
Het verschil tussen het hoge en het lage percentage zal vijf procentpunten bedragen. Bijvoorbeeld: als de lage premie 1,5% is, is de hoge premie 6,5%. Een verschil dat echt in de papieren kan lopen.

Het besluit waarin de premie wordt geregeld, regelt ook dat het lage percentage wordt herzien als weliswaar sprake was van een contract voor onbepaalde tijd (dat geen oproepcontract was) maar:
 
  • het dienstverband binnen vijf maanden na aanvang eindigt;
  • de werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren extra verloond heeft gekregen dan contractueel voor dat jaar was overeengekomen (dit geldt niet als in de arbeidsovereenkomst 35 diensturen of meer per week zijn overeengekomen);
  • de werknemer binnen een jaar na indiensttreding een WW-uitkering krijgt vanwege arbeidsuren-of inkomensverlies bij de werkgever;
  • de werknemer in feite seizoensmatig bij de werkgever werkt.


Controle
Om controle mogelijk te maken moeten werkgevers voor werknemers voor wie zij een lage premie afdragen, een kopie van de desbetreffende arbeidsovereenkomsten opnemen in hun loonadministratie. Bovendien moeten werkgevers het soort contract vanaf 1 januari 2020 op de loonstrook van de werknemer vermelden. 


Het is dus zaak dat werkgevers alle arbeidsovereenkomsten goed nakijken. Een werknemer die bijvoorbeeld al 25 jaar voltijds in dienst is maar er geen schriftelijke overeenkomst ligt, is over het salaris van deze werknemer de hoge premie verschuldigd. Het is dus zaak dit snel te repareren. 

Neem hier in voorkomende gevallen contact over op.


Volgende bericht Naar het nieuwsoverzicht Vorige bericht