Kosten van groot onderhoud

28 mei 2019

Let op: vanaf 1 januari 2019 géén grote kostenpost meer!

Kosten van groot onderhoud

De uitgaven voor groot onderhoud kunnen op verschillende manieren verwerkt worden in de jaarrekening. Deze manieren hebben elk hun eigen effect op de presentatie van het resultaat en vermogen van uw onderneming.

Tot 1 januari 2019 waren er 3 mogelijkheden om deze kosten te verwerken in uw jaarrekening:

1) Activeren op de balans en vervolgens afschrijven;
2) Voor de kosten van groot onderhoud een onderhoudsvoorziening opnemen;
3) De kosten van groot onderhoud ineens als kosten in de winst- en verliesrekening verwerken in het jaar waarin het groot onderhoud is uitgevoerd.

Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019 is de laatstgenoemde mogelijkheid vervallen.

De reden hiervoor is dat deze methode niet leidt tot een goede toerekening van lasten, omdat de kosten van groot onderhoud betrekking hebben op meerdere boekjaren en niet op één enkel boekjaar.

Vanaf 2019 dient u dus een keuze te maken op welke manier u de kosten voor groot onderhoud gaat verwerken in uw jaarrekening.

Kiest u voor methode 1, dus het activeren van de kosten voor groot onderhoud, dan hoeft u dit pas te verwerken op het moment dat het groot onderhoud plaatsvindt. Vervolgens wordt er jaarlijks afgeschreven op het geactiveerde groot onderhoud.

Kiest u voor het opnemen van een onderhoudsvoorziening, dus methode 2, dan dient u in 2019 een goede inschatting te maken van de verwachte kosten voor groot onderhoud in de toekomst. Dit kunt u bijvoorbeeld onderbouwen met opgevraagde offertes. Per 1-1-2019 dient u deze voorziening ook al op te nemen op de beginbalans zoals toegelicht wordt in onderstaand voorbeeld.

Voorbeeld 
Als u kiest voor methode 2: verwacht u in 2022 voor € 20.000 aan schilderwerk aan uw pand te laten uitvoeren, en laat u dit om de 10 jaar doen? Dan had u de afgelopen 6 jaar jaarlijks € 2.000 moeten reserveren en zou de stand van de onderhoudsvoorziening op 1-1-2019 € 12.000 moeten bedragen. Dit bedrag dient u dan alsnog per 1-1-2019 als voorziening op de balans op te nemen. In de jaren 2019 t/m 2022 doteert u vervolgens € 2.000 per jaar aan deze voorziening zodat er in 2022 een voorziening is gevormd van € 20.000. 

Voor welke methode u ook kiest: beide hebben elk hun eigen effect op de presentatie van het resultaat en vermogen van uw onderneming. Op basis van uw wensen kunnen wij u adviseren welke methode het beste past bij uw situatie.

 

Naar het blog